Flechtheim en Israëls

330px-isaac_israels_-_donkeyride

Waar, zoals we onlangs tijdens het documentairefestival in Amsterdam, later herhaald op een van de tv-zenders, hebben gezien hoe de heer Lion Tokkie, formeel erfgenaam van een ezeltjes-schilderijtje van Isaac Israels, werd afgeserveerd door de commissie die over teruggave van kunstwerken gaat die tijdens WO-II uit joodse huizen werden gestolen, lijken de erfgenamen van kunsthandelaar Alfred Flechtheim meer succes te gaan hebben.

Flechtheim’s nazaten hebben bij een amerikaans gerechtshof een klacht neergelegd tegen de duitse deelstaat Beieren die voorlopig niet van plan lijkt te zijn om gestolen schilderijen van Beckmann, Klee, en Gris, die onder dwang door de eigenaar verkocht waren, terug te geven.
De zaak Flechtheim komt redelijk groot in het nieuws; deze nazi-buit is niet onaanzienlijk en Flechtheim’s nazaten hebben voldoende geld en invloed om op te trom te bonken. De heer Tokkie, bewoner van een rijtjeshuis die niet moet denken dat hij het beter weet dan de nationale sinterklaas-commissie, kan voorlopig fluiten naar het familiebezit.

Een van de overwegingen van de commissie-leden bij de Tokkie-zaak, om het zo maar te noemen, was dat een bekend schilder als Israëls toch niet zomaar een nieuw pak kleren zou betalen met een schilderijtje.
Daarin zien we de onnozelheid van een te lang in een beterestandbubble verkeren van deftige dames en heren die vandaag over gisteren moeten oordelen.
Bedenk dit: de nazaten van het vulgus, d.w.z. de arbeidersstand, winkeliers en slagers vertelden nog tientallen jaren na “de oorlog” wat een gelukje het was wanneer een kleermaker een lap stof op de kop had weten te tikken die groot genoeg was voor een pak. Dat het een mirakel was dat hij nog een paar lapjes voering, paardehaar en linnen had, en wat garen dat wat kleur betrof ongeveer bij de stof paste, en machinenaalden waar geen braam op zat. Naar een bruiloft kunnen in een nieuwe pak! Dat was even wat!
En wie, tijdens die oorlog, durfde een nieuw schilderij van een joods kunstenaar (Israëls) aan te kopen? Niemand, toch? Had Israëls geld voor zo’n pak? Ga er maar van uit dat dit niet het geval was.

Tempelbeschermers

everett-kennedy-brown

Bij een recent artikel over een tentoonstelling van zen kunstvoorwerpen in Tokyo, in de Neue Zürcher Zeitung verscheen de foto van een dakuiteinde van een van de traditionele tempels in Japan. Een andere foto toont zo’n decoratiestuk een beetje duidelijker, en The Hazel Files maakt ons duidelijk dat we hier te maken hebben met een chinees voorboeddhistisch idee dat via Korea naar Japan is gekomen en daar de naam “shoki” draagt. Een “shoki” is dan een wachter die er op toeziet dat geen kwaad het gebouw kan binnenkomen. We kennen het concept veel beter uit het volksreligie van China waar de vreeswekkende Heng en Hang op de toegangsdeur naar de tempel staan afgebeeld.

p1040231

Dat is de oplossing die gekozen is door levensbeschouwingen die in hun filosofie geen plaats hebben voor geweld. Je weet dat er lieden kunnen zijn die zo’n tempel betreden om er met het aanwezige brons weer uit te lopen. Tot ca 50 jaar geleden hielp het om een afschrikwekkend beeld boven de deur te bevestigen, als een herinnering aan het leerstuk dat zegt dat kwaad handelen levenslang achterna gezeten wordt door tenminste onrust. Nu werkt ook dat niet meer. Zoals we ook in de europese provincie inmiddels de achterdeur op slot moeten doen, en een huis niet onbeheerd kunnen achterlaten, zo moeten ook tempelbesturen nieuwe beschermingsmaatregelen vinden. Voorlopig komt dat neer op deuren op slot.

Noh

noh-actor-momoyamaIn het museum voor archeologie en geschiedenis in Montreal is een paar dagen geleden een tentoonstelling open gegaan met ongeveer 450 objecten uit het verleden van Azië.
Het evenement werd door Art Daily aangekondigd met een foto van een absoluut grappig beeldje van een Noh-acteur. Het werd gemaakt in de Momoyama-periode van Japan, tussen ongeveer 1573 en 1600.
Veel meer valt er over het figuurtje niet te vertellen.

Facebook

pheasantOok al schrik je je dood van wat Google allemaal aan persoonlijke informatie heeft opgeslagen en op Facebook-paginas openbaar maakt (geboortedatum, woonplaats, om maar wat te noemen) is er niettemin kort geleden een Facebook-pagina online gezet met de naam “boeddhisme maand-na-maand”. Het is meer bedoeld voor bijvoorbeeld scholieren die een beetje rondsnuffelen naar wat er zo allemaal online is over boeddhisme in het nederlands.

van Gogh schetsboek

f234b443598f4725368bf86ba75183b5_dd4e47181d4e8df9816082690892c4822000x1328_quality99_o_1b1me9qnoal1nkhilk1skb1k74aEen diletant
zou zich nergens mee moeten bemoeien, maar om nu a bout portant te zeggen dat het zojuist opgeduikelde schetsboek van Van Gogh een fake is, getuigt van grote voorzichtigheid.

Als een imitator al Van Gogh heeft nagemaakt, of heruitgevonden, dan heeft hij in ieder geval goed gekeken naar de vorm van de pijnbomen waarin die gebogen slinger voorkomt op zowel de online getoonde tekening als op het als echt aanvaardde schilderij.

Belangrijker nog: is de imitatie lelijk, en het echte mooi? Stel dat de imitatie geen imitatie blijkt te zijn maar echt, wordt het dan ineens mooi, en veel geld waard?

van-gogh-starry-night-469x376

Brancusi en Milarepa

wisdom-of-the-earth-brancusi-1907

Van Constantin Brancusi (1876 – 1957) wil de roemeense overheid het werk “The Wisdom of the Earth” uit 1907 aankopen. Dat meldde The Art Newspaper op 16 november 2016. De roemeense regering heeft niet genoeg geld om het hele gewenste bedrag op tafel te kunnen leggen, maar ze hopen op de gulheid van medefinanciers. Radu Varia beschrijft dit bepaalde werk van zijn landgenoot met “raadselachtig (af)godsbeeld” (enigmatic idol). Het zou geïnspireerd zijn door het voorchristelijke volksgeloof van Brancusi’s land of geboortestreek (http://www.roconsulboston.com/Pages/InfoPages/Commentary/Brancusi.html).

king-of-kings-brancusi-1938

Brancusi is vooral bekend door zijn eivormige, uit marmer gehouwen hoofden waarvan ik er graag een op een zuiltje in de woonkamer had gehad.

Een ander heel bekend werk is zijn King of Kings dat oorspronkelijk “L’ esprit du Bouddha” heette (rechts).

De meerderheid van de Brancusi-biografen menen dat deze houten sculptuur in ca 1938 werd gemaakt, een jaar na zijn India-reis. Volgens Robin Peck echter (Sculpture: A Journey to the Circumference of the Earth, 2004) ontstond het werk in 1920. Dat kan inderdaad niet, want het was pas in 1924 dat Brancusi, eenmaal in Parijs aangekomen — dat zijn woonplaats zou blijven — het woord “bouddhisme” leerde uit Jacques Bacot’s introductie tot het boek “Le Poète Tibetain Milarépa“. Bacot herpakte zich in een tweede boek over Milarepa. Dit verscheen een jaar later, in 1925: “Milarépa : Ses méfaits, ses épreuves, son illumination“, en daarin zal de verstokte roker, en naar men zegt drinker Brancusi het excuus gehaald hebben om zijn slechte gewoonten voort te zetten: Milarepa deugde immers in zekere zin zelf ook niet, zal ook de overweging zijn geweest van personen als Tõnisson. Dwars als ze zijn wensten ook die eerste Europeanen bij de ontmoeting met het boeddhisme niets, maar dan ook niets op te geven, maar wel veel als extra te ontvangen. Ze zijn van een kouwe kermis thuisgekomen, maar dat is een ander onderwerp.

Het waren dus de leringen van de tibetaanse boeddhistische filosoof Milarepa die Brancusi inspireerden tot zijn werk, hoewel we vraagtekens mogen stellen bij de kennis, resp. de interpretatie van Bacot. King of Kings/L’ esprit du Bouddha was, suggereert Sidney Geist (Brancusi, A Study of the Sculpture, 1968), Brancusi’s vervorming van de ch’orten (de Himalaya stoepa).
Eenmaal in India, in 1937, was het in Ujjain dat de beeldhouwer werd geïntroduceerd tot de sculpturale vorm van de hindu lingam. We mogen er vrijelijk van uitgaan dat hij niet zover in de Himalayas is doorgedrongen dat hij ook werkelijk ch’orten heeft gezien en aangeraakt. Zelfs in de paar musea die er toen al waren zullen dergelijke monumenten op dat moment nog ontbroken hebben. Het is niet waarschijnlijk dat hij welke vorm van boeddhisme dan ook op zijn reis door India heeft ontmoet — dat is ook de ervaring van andere reizigers — anders dan de praatjes van een zekere welgestelde klasse die Boeddha tot op de dag van vandaag voorstelt als een sociaal-filosoof, of, als ze hem dan toch als “religieus” willen duiden, als een avatar van de hindu-god Vishnu.

Brancusi heeft zich voorafgaand aan zijn India-reis dus ingelezen in het onderwerp aan de hand van Bacot’s boek, en mogelijk aan de hand van nog een paar werken, we wijzen op Steinilber-Oberlin’s “Les Sectes Bouddhiques” uit 1930, een verslag van een reis door Japan.

Sjamanen in Korea

Er is begin november 2016 een rel ontstaan rond de zuidkoreaanse President. Mevr. Choi Soon-sil is een vertrouwelinge van President Park Geun-hye en wordt er van beschuldigd haar positie te hebben misbruikt. De westerse media hadden het in overgrote aantallen onmiddellijk over de “Rasputin” van Zuid-Korea, en noemden mevr. Choi Soon-sil een sjamaan. David Josef Volodzko maakte er in een Hong Kong-krant zelfs een “a cabal of fairies” van, zo moeilijk te vertalen met heksenkring van elfen.

Ku Yae-rin, schrijvend voor de Korea Herald van 2 november protesteerde tegen het gebruik van beide termen. Met name de aanduiding sjamaan — in het westen eerder gezien als een soort toverkol/krankzinnige — schoot in het verkeerde keelgat. Ku Yae-rin verzuimde echter de koreaanse aanduiding en omschrijving ervan te melden. In een Japan Times-artikel van 13/14 november werd een en ander ietsje duidelijker. Er blijkt hier geen sprake ten zijn van een mudang. Dat zijn vrouwen die wel wat kunnen, maar niet toveren, noch zijn ze gek. De foto in Japan Times roept eerder herinneringen op aan populair-daoïstische voedsel-offeringen waar bijna onveranderlijk het aanbieden en aansnijden van een gegrilde big aan te pas komt. Niettemin wordt Choi Soon-sil’s vader omschreven als iemand die zijn eigen religieuze groepering oprichtte die een combinatie zou zijn, of zijn geweest van boeddhisme, christendom en sjamanisme (volksdaoïsme).

151216

De hier getoonde foto lijkt in de dracht van de persoon een soort kopie te zijn van de kleding die gedragen wordt tijdens een eens-per-jaar boeddhistische ceremonie, het Bumpae-festival. Dergelijke vormen van leentjebuur komen vaak voor, zie bijvoorbeeld het fragment over de rituelen langs de theeroute in de chinese Yünnan-provincie.