Kim Hong-do

In een artikel over een tentoonstelling in het Dongdaemun Design Plaza in Seoul deed de koreaanse krant JoongAng Daily van 8 augustus verslag van een tweetal schilders van wie werk te zien is tijdens deze door de Seoul Design Foundation georganiseerde opstelling.
An Gyeon, actief tussen ongeveer 1440 en 1470, was een van de landschapschilders in de absoluut traditionele stijl.
kim hong-do yeombulseoseung

De andere kunstenaar van wie de JoongAng twee werken toonde, Kim Hong-do, die leefde tussen 1745 en 1806 schilderde vanuit zijn boeddhistische gemoed. Beslist ontroerend is zijn schildering op textiel, de Yeom-bul-seo-seung, De Oude monnik die de Naam van Boeddha reciteert. Kijk naar dat nekkie, dat is toch absoluut treffend weergegeven!

Eigenlijk mogen we niet “nekkie” zeggen. Hong-do plaatst de monnik op een wolk, waarmee hij maar wil aangeven dat deze tijdens dit leven al een fors eind op weg is om na zijn dood in Amitabha Boeddha’s Gelukzalige Land aan te komen teneinde daar, met Boeddha als directe leraar, supersnel door te stoten naar volledige verlichting.

Verbasteringen

De Groene Amsterdammer van de week van 11 augustus had het notabene over boeddhisten (Ssssst, er zijn cactussen die ook pas na 50 jaar bloeien). Jos Campman had een best aardig artikel over de “bedelmonniken in Bangkok” die te dik zijn.
Dat zeg ik al jaren, de burgerij geeft hen de rijst van gisteren, veel te weinig groente, een sliertje vlees, bergen snoep, en zelfs een handje kauwtabak, ook al mogen ze het niet gebruiken. De ziekenhuiszalen liggen dan ook vol met monniken met ernstige vormen van diabetes.

ayutthaya

Ook aardig was een artikel over een nieuw museum in ‘s-Gravenhage — in dat deel van “De Haag” gebruik je de deftige naam. Huis Huguetan aan de Lange Voorhout, waar een paar jaar geleden nog tot op de draad versleten vitrage voor de ramen hingen, heeft er als eerste een tentoonstelling ingericht over kunst uit Azië, gecurateerd door Arin Rungjang (aríen roengdjáng). Er hangt niet alleen werk van aziaten, maar ook een schilderij van Johannes Vickboons, gemaakt tussen 1662 en 1663: Gezicht op Judea, de Hoofdstad van Siam.

Da’s lachen. Judea blijkt een van de verbasteringen van Ayutthaya (ajóe-taja) te zijn. Fotos van het schilderij zijn nog niet online, maar om het even te duiden, Johannes maakte een geïdealiseerd Midden-Europa, compleet met een lekker zonnetje, grote schaduwrijke bomen en wat bergen op de achtergrond. Ayutthaya heeft geen bergen, zegt de curator droogjes, de streek is net zo plat als Nederland.

Die verbastering herinnert aan gesprekjes met een oude Zeeuwse, een tijd geleden. Op vakantie op Curacao moesten haar kinderen betalen met “itelaanse huldens”. — Moeten ze niet betalen met amerikaanse dollars?  — Niiii-je, itelaanse huldens!
Weinig valutair ontwikkeld heeft het me toch enige tijd gekost voordat ik doorhad dat ze het had over “antiliaanse huldens”.

En als we het dan toch over verbasteren hebben, en ook over Thailand waar van 10 op 11 augustus stevige aanslagen werden gepleegd op een paar badplaatsen in het zuiden, nog maar even een paar uitspraken van thaise plaatsen:
Hwaa Híen (thais: Hua Hin), Soerát Tanie (thais: Surat Thani) Pang Ná (thais: Phang Nga).

Liquid Shard

liquidshard

Gisteren kwam er een eind aan een installatie van wat de Liquid Shard wordt genoemd, een dikke sliert lichtvangende strips die op Pershing Square in Los Angeles van een toren naar een ander hoog gebouw was opgehangen. Het zaakje bewoog als een lichte wolk mee op de wind. Op Youtube zijn vijf of meer videos geupload, compleet met muziekjes waarvan de videomakers vinden dat het toepasselijk is. Het hele zaakje is gemaakt door een collectief van kunstenaars die zich met met kinetische bezighouden. Tijdens een tv-reportage liet een van hen weten dat de de Liquid Shard ook in andere steden willen installeren. Doen! zou ik zeggen. Mensen die er naar kijken hebben even geen tijd voor ruzie, vijanden, terroristen, en dood. Dat is de bijdrage die “uplifting” kunst levert aan het al is het maar voor heel eventjes, op die ene plek, installeren van een Gelukkig Land op aarde, sukhāvati in moeilijke taal.

De Mankoenegara

Het Frans Hals Museum (mijn vader’s oom had een kroegje in een van de straatjes er achter), heeft een schilderij van Isaac Israels aangeworven, met financiële steun van de Vereniging Rembrandt.

mankoenegara

Het portret van de Pángeran Adipatí Adio Praboe Mankoe-negára VII, dat Israels in 1922 maakte, is indrukwekkend uit de verf gekomen, vind ik. Het laat ons ook een beetje nadenken over de bijna-verwoesting van een oude Javaanse cultuur door een nederlandse koloniale macht die daar in die tijd hartelijk om moest lachen: adelijkheid, in deze negorij (Nágara = stad in ‘t Sanskriet), wat een verbeelding!

De naam van deze pángeran heeft Sanscritic invloeden, zoals dat gaat in die regio waar Indiërs vlijtig heen en weer voeren met allerlei spullen, en ook wat priesters meebrachten die op de nieuwe kusten moesten bidden voor een veilige vaart.

Zo komt de naam Adipati — hè nee, zeg nou niet aaadipaaati — van het Pali Adhi-pati: heerser, Heer, meester (koning). Eigenaardig genoeg vinden we het in het Sanskriet-woordenboek niet terug tenzij als “bepaald deel van het hoofd” (in het geval van een fatale wonde). In Indonesië is Adipati, zonder h, een adelijke titel geworden.
Over de Mankoe-negára bestaat ook een wiki-lemma.

“Illegalen-boot”

Lemos

The Art Newspaper van 30 juli toonde een stuk van Kalliopi Lemos zoals dat in september getoond zal gaan worden tijdens de Çanakkale Biennale in Turkije, als alles doorgaat.
Kalliopi Lemos’ werk is geïnspireerd op de “illegale migratie” over de Middellandse Zee, zoals het genoemd wordt. Je zal maar moeten vluchten en dan nog illegaal genoemd worden ook!
Hoe dan ook, ik vind dit werk van Kalliopi Lemos een aangrijpende getuigenis van een periode in de geschiedenis die alleen al vanwege de verwoestingen en het aantal burgerslachtoffers de geschiedenis zal ingaan als een van de donkerste periodes op aarde.

Er is een gloednieuwe Facebook-pagina. Nog een beetje onhandig, maar misschien went het wel.

Pagode de Chanteloup

Bij het aanklikken van een nieuwe video over een laotiaans-boeddhistische gemeenschap in de Elzas verschenen in de marge een paar gerelateerde videos over de pagoda van Chanteloup. De oudste video waar u hier de doorklik naar ziet dateert van 26 mei 2008. Een jongere heeft binnenhuis-opnamen en bovendien de suggestie dat de pagoda dringend reparatie nodig heeft.

chanteloup

De pagoda werd in het park gebouwd dat de hertog van Choiseul in 1775 had laten aanleggen. Het gebouwtje, dat ook toen waarschijnlijk in de categorie “folies” valt, een soort pret-architectuur om parken wat meer wabi-sabi te geven, werd opgericht in 1775, nadat de hertog zijn kamertje, pardon, appartement, in het paleis van Louis XV had moeten opgeven nadat de bloedjonge lastige leerling Lodewijk de Vijftiende de meester niet meer aardig vond.
Als tijdverdrijf heeft de hertog zich daarop beziggehouden met het mooier maken van zijn park.

We hebben het hier niet over de hertog, maar over het pagodatje dat op de begane grond de colonnades heeft waar de franse architectuur van de 18de eeuw beroemd om is geworden, en helemaal bovenaan een koepeltje waar ook het toenmalige victoriaanse Engeland dol op was.

Bezoek ook de Nieuws over boeddhisme-pagina.

De Geelvinkbaai

Tijdens een “Tussen Kunst en Kitsch” tv-uitzending op 20 juli 2016 kwam een bezoeker aanzetten met twee voorouderbeelden uit de Geelvinkbaai, Nieuw-Guinea. Opa had ze ooit geruild voor twee lege flessen (wie ‘t gelooft mag het zeggen). De deskundige op het gebied van aziatische volkskunst sloeg aan het uitleggen. Aangekomen bij het gaatje tussen de lippen van een van de beeldjes gaf hij een, “nou, en dan proppen ze een beetje poedja in die mond”. Zo’n gaatje overigens, hebben ze niet allemaal, die beeldjes.

puja

Dat “beetje poedja“, formeel gespeld als pūja, vertelde ons dat de deskundige niet deskundig is.
Wat is pūja? Het is een Sanskriet-woord uit het hinduïsme dat ook gebruikt wordt door boeddhisten. Het staat voor de ceremonie waarbij een kleine hoeveelheid voedsel symbolisch wordt geofferd. Offeren van vuur, resp. licht komt ook voor. De ene stroming zal het voedsel aan een godheid offeren, de andere offert het aan Boeddha en alle wezens.
Nadat het voedsel geofferd is zegt de hindu dat het voedsel nu prasaad[im] is, letterlijk: “geschikt gemaakt”, hij kan er nu zelf ook van eten. De boeddhist zegt dat hij met deze offering zijn bereidheid tot delen en geven heeft gesymboliseerd.

Wisten ze aan de Geelvink-baai wat “een beetje poedja” is? Natuurlijk niet, tot op de dag van vandaag niet. Nieuw-Guinea en India liggen toch vrij ver uit elkaar, en het lijkt er niet op dat culturele gebruiken uit de ene streek terecht zijn gekomen in de andere.
De afbeelding toont een hindu pūja-ceremonie.