FURTHER

Dave Wayne publiceerde op 16 april in All About Jazz een stuk over drummer en componist Franklin Kiermeyer’s nieuwste uitgave op CD en LP: Further.

In de eerste regels erkent Dave Wayne dat het erg moeilijk is een componist te waarderen binnen het continuum van een muziek-genre doorheen de tijd zonder hem al te zeer te verbinden met de kunst van voorgangers zoals in dit geval de “zoekende spiritualiteit” van iemand als John Coltrane (onder de doorklik te horen in het stuk “Dear Lord”).
Franklin Kiermeyer’s jongste werk mag ook niet vergeleken worden met dat van McCoy Tyner (die ook in Coltrane’s kwartet speelde), zegt Dave, maar hij doet het toch. Een voorbeeld van Tyner’s werk is Enlightenment Suite, Pt. 1 – Genesis.wmv. Nee, inderdaad, niet Boeddha’s Enlightenment.

Na 1994 verdween Kiermeyer stilletjes uit de muziekscene om zich te gaan wijden aan de studie van Tibetaans boeddhisme en meditatie. Aan het begin van de 21ste eeuw was hij weer terug, zoals zijn vrienden dat noemden, en startte de Great Drum Foundation die top-musici samen moest brengen die “ieder voor zich inspiratie haalden uit hun respectieve religie”. Dat ging niet werken; aan de Great Drum Foundation werd in 2004 een einde gebracht.

Luisterend naar wat Franklin Kiermeyer en een medemusicus in de bovengegeven trailer te zeggen hebben over de muziek die ze nu brengen, horen we dat Kiermeyer zelf het heeft over een “sense of music as spiritual practice”, een impressie van (soort van) muziek als spirituele praktijk, en dat de ander meent dat wat nu gebracht wordt “beyond the spirit of music” gaat, voorbij de geest van de muziek.

Als kind van een pappa die zeer verdienstelijk toeterde ga je je toch afvragen wat “de geest van de muziek” dan wel is. Is het klank, is het ritme of tempo, is het niet-ritme of niet-tempo? Is het melodie of niet-melodie? Wat is het?

Sinds Claude Lévi-Strauss’ Amerindiaanse vrienden die geen muziek herkenden toen het uit de luidsprekers van een fonograaf kwam, en sinds de generatie van 4’33, zeg maar, beseffen we dat de klank van een tot vibreren gebrachte pianosnaar, het krassen van een stoelpoot over een houten vloer, het ritselen van bladeren, de roep van een aap, het gieren van autobanden allemaal, op filosofisch vlak, klanken zijn die dezelfde waarde hebben, en dat ze, geplaatst in een zekere sequentie, gedetermineerd kunnen worden als muziek — als je dat zou willen, maar daarmee hebben we de “geest”, de spirit van muziek nog niet te pakken.

Ook hier is een voorbeeld van het boeddhistische concept van sunyatá (soenjatá), ledigheid van ens, spirit.
Wanneer we goed zoeken, vinden we ook in muziek geen “geest” (spirit); er is geen muziekheid, geen kern, niets wat eeuwigdurend hetzelfde en altijd daar is. Juist daarom kan muziek evolueren. Iets wat statisch is kan niet evolueren, is semper idem, altijd hetzelfde.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s