De paulownia tomentosa bloeit in mei-juni

Dit jaar waarschijnlijk eerder in mei dan in juni.

paul

Soms zien we dat iets wat eigenlijk niet zo bijzonder is toch een beeld in het geheugen achterlaat, ook al is er geen bijzondere gebeurtenis aan verbonden. Zo was mijn eerste ontmoeting met een bloeiende paulownia, de “prinsessenboom”, die in het arboretum van Doorn waar deze uit de kluiten gewassen knaap aan de overkant van een watertje of een weitje als enige uitbundig stond te bloeien.

Waarom is Azië zo dol op de paulownia? Omdat er zoveel van zijn, en omdat het hout goed bruikbaar is, en omdat er prachtverhalen rond getimmerd zijn.

Het eerste verhaal is dat over de aziatische foenix die noch naar uiterlijk, noch naar betekenis verward zou moeten worden met de vuur-en-as-vogel van de Grieken en de Egyptenaren.
De foenix heet in het Chinees Fèng Huáng, en in het Japans Ho-oo. Mensen zien hem zelden, en wanneer hij/zij te zien is dan is dat aan het begin van een nieuw tijdperk, bijvoorbeeld bij de geboorte van een deugdzaam leider, zegt de redacteur van Onmarks Productions die meer openlijke dank verdient dan hij waarschijnlijk krijgt. Deze representant van vuur (zodat de mens tenminste een potje kan koken), de zon (die alles laat groeien), rechtvaardigheid, gezagsgetrouwheid, trouw, en de zuidelijke sterrenconstellatie verschijnt alleen maar wanneer er vrede en voorspoed is. Dan nestelt hij in de paulownia-boom en houdt zich bezig met goede werken. Het is dan ook geen wonder dat de foenix ook in de boeddhistische iconografie van het oosten een plaats krijgt.

Omdat de magische foenix en de paulownia een soort zakenrelatie hebben, is ook die boom een beetje magisch. Er is het verhaal over een chinese monnik met de naam He Jingshu die leefde ten tijde van de Han-dynastie. Het verhaal toont overigens dat ook monniken zich bezig hielden met de schone kunsten.
He Jingshu was een beeld aan het kappen uit een stuk sandelhout. Voor de halo achter het hoofd van de uitgebeelde figuur kwam hij hout tekort. Tijdens een droom kreeg hij door dat een andere tak van de He-familie een wapenschild bezat dat gemaakt was van paulownia-hout, zonder dat ook maar iemand uit die familie ooit gerept had over dat schild. (Waar waren ze bang voor? Ze leefden waarschijnlijk in het hedendaagse Xi’an dat ooit een He familiedorp werd genoemd, en ook hoofdstad van het Chinese rijk is geweest. Paleis-intriges?)
He Jingshu verkreeg het schild en kon zijn beeld afmaken. Het verhaal staat in “Jainism and Early Buddhism: Essays in Honor of Padmanabh S. Jaini”, geredigeerd door Olle Qvarnström. Was het schild van een andere houtsoort gemaakt, dan had He het vast en zeker niet gevonden.

Tang Yin (1470 – 1523), een gentleman-geleerde die volgens de leer van Kongzi (Confucius) zijn leven moet hebben geleefd, penseelde op een dag een gedicht waarmee hij zijn carrièrekansen voor zichzelf zo’n beetje uit de doeken deed:

Schaduw van de paulownia valt over het purperen mos.
De heer slaapt diep.
Geen kans op rang en glorie in dit leven.
Deze purperen slaap is niet langer gevuld met dromen over een groots bestaan.

Het geïllustreerde gedicht wordt bewaard in het Palace Museum in Beijing.
Dat mos was natuurlijk purper van de afgevallen bloemblaadjes. De melancholie weet u wel. Had hij nu gewoon geslapen onder een andere dan deze paulownia, dan was die realisering er misschien wel niet gekomen.

donghwasa

Ook in Korea heeft de paulownia een goede faam. In het jaar 493 bouwde een monnik met de naam Geuk Dal een tempel met de naam Yuga-sa (sa = tempel). In het jaar 1832 was de tempel vervallen en werd ze weer opgebouwd door meester Sim Ji (djie). Dat wil zeggen, hij verplaatste de restanten van het gebouwtje een beetje. Hoe hij besloot waar het moest komen te staan? Wel, hij gooide 8 lepels in de lucht, en waar ze neerkwamen, daar moest het zijn. Waarom lepels? Had hij net met zijn vrienden-medemonniken zitten eten?
Omdat er bij de plek waar de lepels neerkwamen een paulownia-bosje stond veranderde Sim Ji de naam van de tempel in Donghwa-sa, de tempel van de paulownia-bloesem.

paulvrucht

Waarom houdt men zich zo bezig met die paulownia-bloesem? Dat deed een dharma-meester van het eveneens koreaanse Won-boeddhisme uit de doeken: “In een heel oude tekst lezen we het volgende: ‘wat echt lijkt is onecht; dat is de paulownia-vrucht — stelt niks voor’.”
Waarom stelt de paulownia-bloesem niks voor? Ze zet vruchten die geen vruchten zijn. Een kleverige groene zaaddoos heeft geen vruchtvlees maar wel duizenden zaadjes. Tegen de tijd dat de zaadjes losgelaten worden is de zaaddoos een harde houten schil geworden, opengebarsten en alleen bruikbaar als decoratie in uw “stukje” op het dressoir, tijdens “de dagen”, aan het eind van het jaar.

fish paulownia

Overigens wordt het paulownia-hout voor van alles gebruikt, van meubels tot de grote vis die ’s morgens in de aziatiche tempels wordt aangeslagen om de gemeenschap uit te nodigen voor de maaltijd. Het hout resoneert goed, en wanneer we goed kijken zien we dat de vis doorgaans een parel in de bek houdt.

Hoewel alle vissen die ik in de verschillende tempels heb gezien duidelijk sporen tonen van intensief gebruik, worden ze op alle mij bekende plaatsen niet meer aangeslagen. Het geluid is toch te sonoor om boven het verkeers- en omgevingslawaai uit te kunnen komen, en ook reikt het niet meer tot in alle hoeken van tempels en tempelterreinen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s