DHARMA DRUM EN FENG SHUI

Het nieuws dat de Dharma Drum Foundation, een als chan (zen) instituut opgerichtte boeddhistische organisatie op Taiwan met enkele vestigingen overzee zelf regelmatig brengt haalt op een of andere manier de nieuws-vergarende zoekmachines niet. De eigen DDM-nieuwsdienst doet het rustig aan: drie maanden later is het verhaal ook nog lezenswaard.
Niet zo lang geleden had Taiwan Net een kort artikel van de hand van een enthousiaste bezoeker aan het “Dharma Drum Mountain World Center for Buddhist Education“, ooit gesticht door de inmiddels overleden meester Sheng Yen die de leiding over de organisatie in handen heeft gegeven aan zijn twee eerste leerlingen. Het is een van de twee voorbeelden van een tweehoofdige leiding die ik ken, en in beide gevallen kan gesproken worden van een success story.

De bezoeker aan het DDM onderwijsinstituut was niet alleen enthousiast over de architectuur, maar ook over de ligging, en wanneer zo iemand de ligging van een gebouw beschrijft komt er vaak een weinig feng shui aan te pas, de kunst van het gebruik maken van de winden en de wateren. En verwijzingen naar feng shui hebben onveranderlijk blije bijval vanuit omstanders, en in dit geval lezers.

Met het front van het gebouw naar het zuiden, zo schreef deze persoon, lijkt de linkerflank van de berg op een groene draak met opgeheven kop, of op een antieke bel die in de lucht hangt. En de rechterflank van de berg geeft de indruk een witte tijger te zijn, met gebogen hoofd.
De traditionele feng shui-leer is heel specifiek over die positie van deze draak en tijger, en dan moet de witte tijger ook nog een beetje lager zijn dan de groene draak. Ga d’r maar aan staan om zo’n plek te vinden.

Nu is het voor vlaklanders bijna onmogelijk herkenbare vormen te zien in bergtoppen. Eerder zijn we geneigd de wolken aan de lucht aan te wijzen als een schaap, een paard, een paddestoel, en wat al niet.

De bevolking van Taiwan heeft de feng shui-concepten behouden, of na de oorlog geïmporteerd, zoals die in het antieke China ontstonden. En zo zien we dat het DDM-gebouw aan de oostzijde wordt geflankeerd door de groene draak, en aan de westkant door de witte tijger.

Waarom is dat een gunstig teken? Omdat de regen, zegt het feng shui, vanuit het oosten aan komt waaien. Dus dat het water dat de rijstvelden en de theeplantages voedt als het ware van de bergflanken, vanaf de groene draak, neerdaalt. En vanuit het westen valt, volgens diezelfde feng shui-leer als eerste het najaar te bespeuren, dan brengt de witte tijger de eeste kou, gevolgd door sneeuw, vandaar wit.
Bij die eenvoudige verklaring moesten we het maar houden, want de discussies over al die bijzondere draken en tijgers is uitgebreid, complex, en al snel niet meer te volgen.
We moeten alleen onthouden dat Chinese parabels, fabels en meteorologische kennis niet ophield bij de grenzen, maar dat ze zich bijvoorbeeld ook manifesteerden in Korea waar de sjamaan zingt dat de witte tijger in feite de “10.000 mijlen bergpas” is. Een toelichting(1) zegt dat die bergpas in werkelijkheid een bergkam is.
Kan dat? Een bergpas van 10.000 mijl? Nee, dat kan niet (en een bergkam is ook nooit 10.000 mijl lang). Hoe oud is dat lied van die sjamaan? Wel, er is het verhaal over de reis die de Chinese monnik Xuanzang in de zevende eeuw naar “India” maakte. Het verhaal gaat dat deze heen-en-terug-reis 10.000 mijl was. Nameten wordt een beetje moeilijk.
Maar ’t kan ook zijn dat de sjamaan minder plat-nuchtere gedachten had over die “10.000 mijl”. ’t Kan ook zomaar zijn dat er de doortocht door dit leven mee bedoeld wordt. En dan begint een reis van 10.000 mijl, een enorme onderneming, natuurlijk pas zodra je de eerste stap hebt gezet. Tot die tijd is het geen reis, geen enorme onderneming.

Moeten we geloven in die feng shui-principes — die niet tot het boeddhisme behoren? Jein, zou de Duitser zeggen: enige bescherming tegen al te koude winden, en een paar hellingen waarvan het water naar beneden loopt zijn nooit weg. Maar als bewoner van vlakke streken zit je ‘dr toch een beetje mee. Feng shui is dus niet universeel.
JRS-DWsa-10
Kan als laatste gezegd worden dat de buitenwand van een Koreaanse tempel vaak een afbeelding heeft van een tijger, geen witte, maar toch. Ook dat is een concept dat vanuit China is aan komen waaien, en in Korea, wellicht meer dan elders, staat die tijger voor de spirit, het karakter, de eigenheid van de berg. Hoewel er in Korea ook het verhaal is over “San Shin”, de berggeest, die vergezeld wordt van een tijger.
Bovendien, zo wordt gezegd, beschermt de tijger de mens tijdens zijn tempelbezoek tegen de dood, en staat het dier de doden bij. Dus dat is meegenomen, hoewel het goed mogelijk is dat veel bezoekers en bewoner van de verschillende tempels die betekenis niet meer kennen, en de schildering laten aanbrengen, gewoon, omdat het gebruikelijk is en vertrouwd aandoet.

Noot 1: B.C.A. Walraven, Muga, the songs of Korean Shamanism, Dordrecht 1985, p. 153/4

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s