TAI CHI, FENG SHUI EN DE DRAAK

De Examiner publiceerde op 7 juni Violet Li’s uiteenzetting over Tai Chi (Taiji).
Ook hier vinden we “een stukje boeddhisme”. Er wordt op deze pagina naar Violet’s woorden verwezen binnen het kader van voorlichting over deze sport, niet als aanbeveling om het te gaan beoefenen, en zeker mag een kleine waarschuwing gegeven worden ten aanzien van de claim dat Taiji binnen de kolom geneeskunde past. Toen we nog geen goede medicijnen hadden probeerden we alles; nu er wel een arsenaal aan werkzame en beproefde medicijnen is, is er helemaal niets tegen om wat kritisch om te gaan met oude geneeswijzen.

In dezelfde richting moeten we een nieuw boek over feng shui (wind en water) plaatsen. Kerby Kuek uit Hong Kong prees hetgeen in zijn boek staat aan als een uiting van daoïsme. Een van zijn opvattingen luidt: “Of een mens een wijze of een normaal wezen wil zijn hangt af van het soort hart dat men kiest. Deze opvatting staat duidelijk geschreven in bijna alle Neidan-boeken (die over innerlijke alchemie van het daoïsme). Boeddhisme heeft dezelfde concepten, opgetekend in de vorm van “principes” (li).
Wat de heer Kuek bedoelt met “hart” vinden we in de zin “Het Tao-hart is ook een cosmisch hart. Daarom is ons Gewone Hart zuiverend en verlichtend. De connectie is een grote.”
Het is bijna een zin uit de Ijing (I Ching) die ook niet daoïstisch is, van oorsprong.
Of de heer Kuek gelijk heeft of niet met zijn opmerking over het boeddhisme, het hart en de principes is niet eens zo belangrijk. Belangrijk is dat hij er mee bezig is, en ieder wezen vindt zijn eigen waarheid die voor hem of haar waar kan zijn, maar dat niet hoeft te wezen voor anderen.

dragon

Soga Shohaku

Naar aanleiding van een video file over de restauratie van een enorm wandpaneel gemaakt door de Japanse schilder en prentenmaker Soga Shohaku (1730 – 1781) kunnen we dan ook een beetje gaan denken over die draak, over wind, en over water, waar Shohaku bijna zijn hele carrière aan besteedde.
Hij wordt door velen voorgesteld als een soort boeddhist, want hij maakte wandschilderingen voor Japanse tempels en prenten van zen- en andere wijsgeren en monniken die zo gemakkelijk als van zijn hand herkend kunnen worden vanwege die krachtige, brede, in een adem door geschilderde contouren.

En de draken die Shohaku schildert, zie de afbeelding boven, die tot het zwerk behoren maar zich aan de aarde manifesteren, komen dan ook aangezwoefd vanuit een enorme wolk en doen het water van de zee opspatten op een manier die we eerder kennen van de bekende tsunami-schildering van Hok(u)sai.
Daar toont zich de daoïst die Shohaku was. Wellicht, of zeer waarschijnlijk, had hij kennis van het gezegde over de eindeloze transformatie der dingen: de wolken (lucht, niets) die neerdalen en deelnemen aan de materie (aarde, water), en water (materie) die opstijgt en zich voegt bij de wolken (het niets), in een eindeloze herhaling.

Nog afgezien dat voor wat de fundamenten betreft het boeddhisme en het daoïsme van elkaar verschillen — Boeddha, de Indiër treedt Zhuangzi, de Chinees beslist niet bij wanneer de laatste zegt: “Alles komt voort uit het Ene” (‘de’ Zhuangzi 33) — zijn er ook overeenkomsten. Zo is zeker het modernere boeddhisme het concept wedergeboorte, of liever de overgang van de laatste schakel, het sterven, van de keten van Afhankelijk, Voorwaardelijk Ontstaan, naar de eerste, het geboren worden, gaan zien in het licht van het daoïsme, als een voortdurende metamorfose (zie ook Ovidius).
Dat staat niet met zoveel woorden in de vroege boeddhistische canonieke werken, maar er is ook geen instantie te vinden die gebruikt zou kunnen worden om het niet zo te zien.

In die daoïstische canon, met name in de Zhuangzi (‘de’ Zhuangzi 14) zet de daoïst Lao Tan, de Oude Tan, Kongzi (Confucius) op zijn plaats. Aan het eind van Lao Tan’s preek geeft Kongzi, alsof hij een schooljongen was, een exposé van zijn begrijpen van het daoïsme met de woorden: “Wanneer de draak zich opvouwt, dan vormt hij een ondoorzichtig lichaam; wanneer hij zich uitstrekt, dan vormt hij schitterende tekeningen. Hij galoppeert door de lucht en de mist en voedt zich met yin en yang.”

Het is een mooi beeld, en voor daoïsten is het een soort levensmotto. Boeddhisten zijn een stuk praktischer en gaan onmiddellijk vragen stellen over wat “draak” dan wel is, hoe ‘ie zich opvouwt en uitrekt, en wat yin en yang dan wel zijn, en vooral, wat je er aan hebt.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s