Njana-tilóka bhikkhu

The Life of Nyanatiloka Thera – The Biography of a Western Buddhist Pioneer

1907 nyanatiloka
In 2008 is bij Wisdom Books “The Life of Nyanatiloka Thera – The Biography of a Western Buddhist Pioneer” verschenen. Veel te laat, naar de mening van een van degenen die het boek eind juli 2014 besprak. Het moet hem pas toen ter hand zijn gesteld, zo gaat dat. Njána-tilóka die na zijn 12 jaar “gewoon” monniksschap verder voortging als Maha-thera, groot ouderling, werd in 1878 in Wiesbaden geboren als Anton Walther Florus Gueth. Hij overleed in 1957 in Colombo, Sri Lanka.
Hij werd in september 1903 tot monnik gewijd in Birma (Myanmar) door U Asabha thera, terwijl hij voor en na die episode enige tijd de leerling was van Bhikkhu Ananda Metteyya (de Brit Charles Henry Allan Bennett) die in die tijd nog te weinig monniksjaren had om zelf wijding te kunnen geven. Dat Nyanatiloka in staat is geweest zich uit te werken onder de lading ecclecticisme van Ananda Metteyya toont niet alleen zijn karaktersterkte maar ook zijn wens tot doorgronden. Maar over Ananda Metteyya gaat het hier niet.

Het boek heeft een appendix met de door Bhikkhu Bodhi geschreven biografie van Nyanatiloka’s leerling Nyanaponika (Njána-pónika), en er is een al veel eerder verschenen “Biographical Postscript” door Helmuth Hecker aan toegevoegd over Nyanatiloka’s leven tussen 1926 en zijn overlijden in 1957. De bulk van het boek is van de hand van (de monnik) Nyana-tusita (njana-tóesita). De lezer wiens oordeel hier wordt weergegeven voor wat het waard is klaagt steen en been over Nyana-tusita’s Engels; het boek stikt van de spel- en stijlfouten, zegt hij (dan zou hij ook eens het nooit gecorrigeerde “L’ Affaire de Siam” moeten lezen van De Pouvourville, da’s pas puzzelen. [19 augustus 2014])

Hoe dan ook, “The Life of Nyanatiloka Thera – The Biography of a Western Buddhist Pioneer” wordt aangeprezen als nu eindelijk eens een volwaardige biografie, en geen hagiografie waaruit de moeilijke stukjes leven zijn weggelaten. Er wordt voor zover mogelijk alles over deze westerse theravada-monnik gemeld. Hj was een van de eersten die een zo goed mogelijke poging heeft gedaan om zowel het Srilankaanse, als het westerse publiek een inleiding in Boeddha’s filosofie te verschaffen, en dus ook een inleiding in een heel andere culturele setting dan waaruit hij voortkwam. Het moet hem, zo lezen we ook op andere plaatsen, in het begin niet altijd de waardering van zijn Srilankaanse mede-monialen hebben opgeleverd. Het op westerse leest geschoeide gefilosofeer van Nyanatiloka begrepen ze vaak niet; de terminologie vond en vindt Azië fascinerend; men wil er alles van weten, maar beseft ook dat ze in niet weinig gevallen totaal niet toepasselijk of toepasbaar is. Besmuikt wordt er hier en daar dan ook op gewezen dat Nyanatiloka die, eenmaal gearriveerd, als een van de heilige mannen van Sri Lanka werd beschouwd en een staatsbegrafenis kreeg, een aantal keren “kloosterloos” was.

We moeten niet al te flauw doen over de mate waarin de eerste westerse monialen onderricht kregen en getraind werden door hun aziatische gastheren. Ook het leven van Nyanatiloka toont dat ze het al te vaak met de nodige boeken onder handbereik maar zo’n beetje zelf uit moesten zoeken omdat de gastheren niet altijd antwoord hadden op vragen waarvan ze de portée niet begrepen. Een introductie in een andere levensstijl waarin aspecten van Boeddha’s leer aanwezig waren in de handel en wandel van de bevolking, daar moest het doorgaans bij blijven, uitzonderingen daargelaten.

Nyanatiloka reisde veel. Een van de aardige online geplaatste stukken is van de hand van iemand met de naam Baumann die beschrijft hoe de 23-jarige Nyanatiloka “in de winter van 1909/1910” naar Zwitserland reisde en in Lugano een vihara (monnikenverblijfplaats) oprichtte en het daar probeerde uit te houden in zijn dunne monnikskleding en op blote voeten in sandalen. Dat werd geen succes, hoewel zijn verblijf in Lausanne het begin markeerde van een “geïnstitutionaliseerd boeddhisme” in Zwitserland.
Zijn politieke en ook religieuze naïviteit wordt duidelijk wanneer we in het zelfde stuk lezen dat Nyanatiloka naar Tunis (of all places) reisde om daar het monniksleven voort te zetten. Hier was het niet de kou die hem verdreef, maar de Franse koloniale overheid die hem de wacht aanzegde. In Lausanne had de monnik dan al eerder Rodolphe-Adrien Bergier ontmoet die hem uitnodigde om daar te verblijven in een monniks-onderkomen, of een centrum, met de naam “Caritas-Viharo”. Bergier werd Nyanatiloka’s eerste upásika, leken-toegewijde die de monnik en de drie leerlingen die zich inmiddels bij hem gevoegd hadden onderhield. In 1910 vond dan ook in Lausanne de eerste lagere wijding in Europa plaats, en wel van een zekere Bartel Bauer (1887-1940) uit Duitsland. Bartel werd Kondañño, de naam van Sakyamuni Boeddha’s eerste wijdeling.
Vanuit Lausanne vertrok Nyanatiloka rond 1911 om in Sri Lanka op het zuidelijke eiland Pol-gas-dúwe de “Island Hermitage” te stichten, dat na korte tijd beroemdheid kreeg door de aanwezigheid van westerse mede-monialen in de in principe woud-traditie, hoewel praktisch allen zich wijdden aan studie, vertalen en publiceren. En het was Bergier die aanvankelijk het project financierde. Dergelijke zaken worden te weinig gemeld.

Tegen de achtergrond van Nyanatiloka’s verblijf in Tunis moeten we ook de in 2007 opnieuw opgerakelde episode plaatsen waarin deze monnik en zijn belangrijkste leerling Nyana-pónika, ook een Duitser, zich in India bevonden, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog toen de Indiase overheid als voorzorgsmaatregel alle Duitsers in het land interneerde in een kamp in Dehra Dun. Na de oorlog kwamen ze weer vrij. Een beetje wrang is dat Nyanapónika notabene een jood was, en dus niet bepaald geneigd tot sympathie met het nazidom in zijn land van herkomst. Niettemin, hij werd geïnterneerd, net als de anderen.
De 2007-kwestie, als we het zo mogen noemen, werd aangewakkerd door een Berlijnse die Nyanatiloka’s leven had bestudeerd, had geleerd dat Dehra Dun in twee woonoorden was verdeeld, een voor diegenen die geen, of niet zo’n groot bezwaar hadden tegen het nazisme, en een voor de anti-nazis. Dat Nyanatiloka zich in relatief propere en goed verzorgde omstandigheden had genesteld in het “pro-nazi” woonoord, terwijl Nyanaponika in de andere barak verbleef bracht haar tot de conclusie dat Nyanatiloka dus “fout was in de oorlog”.
Niemand heeft het hem nadien gevraagd, maar het is heel goed mogelijk dat de twee monniken, die beiden de meditatie op liefdevolle vriendelijkheid (metta) beoefenden, hoopten in het kamp nog een paar mensen te kunnen bereiken met hun praktijk en kennis van het boeddhisme. Nyanaponika kon als jood onmogelijk in de “pro-nazi” barak zijn intrek nemen, maar Nyanatiloka wel. ‘Laten we het verdelen; jij gaat naar die barak, en ik naar de andere, oké?’ Zoiets kan afgesproken zijn. Komt bij dat beiden ook goed doordrongen waren van het concept van gelijkmoedigheid naar alle wezens: welke politieke of andere voorkeur ze ook hebben, we moeten ze alle gelijkelijk met (bovengenoemde) metta tegemoet treden. Kunnen we dat, dan zijn we in ieder geval zelf al een eind opgeschoten.

Ondanks de spelfouten en een paar irrelevante plaatjes lijkt “The Life of Nyanatiloka Thera – The Biography of a Western Buddhist Pioneer” de moeite van het lezen waard.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s