Maha-jánaka

Ter gelegenheid van de verjaardag van de Thaise koning wordt tussen 29 november en 6 december, de dag, een animatie van “het verhaal van Maha-(d)jánaka” in een van Bangkok’s filmhuizen vertoond, en wel in het Major Cineplex. Wie vanuit Thailand dit blog volgt zou kunnen besluiten eens te gaan kijken.

mahajanaka-jataka

“Het verhaal van Maha-(d)jánaka” staat op een van de paginas van Sacred Texts. Het is een zogenaamde (d)játaka, een Geboorteverhaal. Dat wil zeggen, een verhaal, een legende of mythe over de verondersteld voorgaande levens van Sakyamuni of Gáutama of Gótama Boeddha.
Het verhaal heeft geen tegenhanger in de Nepalese Ávadána, en daarmee mag aangenomen worden dat het in de verschillende Mahayana-stromingen onbekend is.

Het eerste Franse manuscript, zo wordt gezegd, werd ooit in Den Haag aangetroffen. In Frans potjeslatijn blijkt dit een geschreven overeenkomst te zijn tussen twee adellijke broers die plechtig zweren elkaar bij te zullen staan mocht een derde broer een van hen aanvallen.
Zo ongeveer moeten we het begin van de Mahajánaka játaka zien: Twee broers zijn eerst elkaars beste vrienden, maar na verloop van tijd trekt de een tegen de ander ten strijde. We vinden hier ook een parallel in de Hindu Mahábháratha, in de figuur van Árjuna.

Een andere figuur die in de Mahajánaka játaka voorkomt is god Sakka (Skr.: Sakra), als het ware de VIP van buiten de Boeddha-Dharma die uit respect voor Boeddha’s leer hand- en spandiensten verricht, althans dingen mogelijk maakt.

Wanneer de Mahajánaka játaka spreekt over “500 discipelen” van een voor-boeddhistisch asceet, dan is dat het moment waarop we leren dat “500”, ook in die configuratie voorkomend in de boeddhistische canon, met name in de Lotus Soetra, eenvoudigweg “veel” betekent.

Het verhaal gaat dan dat een prins die de toekomstige Boeddha is, niet tot de Khattiya-kaste behoort (Skr.: ksatriya). Dat is opmerkelijk. De kleine prins is als wees opgenomen door een brahmin, mag spelen met khattiya-jongetjes, maar is zelf geen khattiya. Was koning papa een brahmin? Of was hij afkomstig uit een van de grensgebieden van het toenmalige India waar het begrip kaste niet gold?
In ieder geval zal de boeddhistische gemeenschap dit gegeven meenemen in de filosofie dat in deze manier van rangen en standen-denken niet des boeddhas is.

En waarom is de Mahajánaka játaka zo beroemd in Thailand? Omdat de kleine prins naar Suvanna-bhúmi trok. De Thai neemt graag aan dat Sunvanna-bhúmi Thailand is, ook al zegt de Játaka dat de prins naar de hoofdstad Mithila ging, volgens velen een stad op de grens van Nepal en India.

Om een lang verhaal kort te maken, de bodhisatta, de toekomstige Boeddha loopt bij zijn vrouw weg (zoals Gáutama Boeddha wegtrok nadat zijn zoon geboren was), waarop de achterblijvende echtgenote van smart onmachtig neervalt. En terwijl de bodhisatta de bosjes induikt en er vandoor rent, om later naar de “Himavat” te trekken, de Himalayas, neemt de onbestorven weduwe het leven op van rsi, ziener in de hindu-betekenis van het woord. Ze trekt zich terug in een árama (of ashram), een parkachtige omgeving die voor religieuzen bestemd is, wijdt zich daar aan de verschillende meditaties, en is voorbestemd om zich te voegen in de wereld van Brahma die in het boeddhisme een niet-menselijke grootheid is als Sakka, en in het hinduïsme ofwel een grote godheid danwel het Al of een soortgelijk begrip.
Let wel, het Kleine Voertuig waar deze (d)játaka-collectie toe behoort kan het niet over zijn hart verkrijgen om vrouwen toekomstig boeddhaschap toe te dichten, in een ander blog heb ik er op gewezen dat de als respons op de Játka geschreven mahayana Ávadana daar ‘heel anders in staat’, zoals dat heet.

Deze Mahajánaka játaka toont sporen van hindu-invloeden, met name in de vermelding van de twee genoemde goden. Maar ook de passage waarin gezegd wordt dat de koningin het leven van rsi gaat leiden is hinduïstisch naar zijn aard. Waar het Thaise boeddhisme, naar het oude Khmer-voorbeeld, nog wel wat hindu-invloeden heeft — zo heeft de huidige koning nog steeds brahmaanse purohita, familiepriesters — heeft de monniksleiding te lande geen bezwaren tegen het groot maken van dit Geboorteverhaal, én omdat het een les is over broederliefde, én omdat het de vastberadenheid van de prins toont die door roeien en ruiten gaat om het doel van verlichting te bereiken, én omdat het de gedweeheid des vrouws toont waar de koningin wel flauwvalt van verdriet, maar haar lot accepteert en er het beste van maakt. Met dat van die koningin hoeven we het vandaag niet altijd eens te zijn. Al te goed is buurmans gek.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s