Lucretius – 5

VENUS BIJ EPICURUS EN LUCRETIUS

Komen we nu aan bij Venus en de godsdienst in Lucretius.
De vertalingen die Ida Gerhardt en Klaus Binder van de eerste passage in boek I geven luiden als volgt:
(Gerhardt, in hexameters) I.1-5. “Stammoeder der Aeneaden, van menschen en goden de weelde,
milde Venus, die onder des hemels kringende sterren
zeeën, wiegend de schepen, en landen, dragend de oogsten,
rijk vervult, daar door U al wat de levenskiem inhoudt
wordt ontvangen, geboren en opzendt naar het zonlicht:

I.35-40. Hem (Mavors, oftewel Mars), o godin, gelijk hij daar rust in uw zuiv’re omarming
….”

(Binder, in proza) 1-5. “Mutter der Aeneaden, der Menschen und der Götter Wonne, Venus, Spenderin des Lebens, du bist es, die unter den ruhig gleitenden Zeichen des Himmels das schiffetragende Meer, das fruchttragende Land belebt. Dir verdankt alles Belebte Empfängnis, den eersten Blick auf der Sonne Licht.

I.30-31. … da sich Mavors … oft niedersinken lässt in deinem Schoss …
I.35-40. … Und wie er so liegt, hingestreckt auf deinem heiligen Leib, umfange ihn, Göttin, ….”

De kunstgeschiedenis en de wereld van de oude talen (althans Grieks en Latijn) kennen de riviergod als een krachtige gespierde man die uitgestrekt ter aarde ligt. Dat is het beeld dat Klaus Binder heeft meegenomen in zijn zinsnede: “hingestreckt auf deinem heiligen Leib”. Venus is weliswaar een vrouw, maar ach, vrouwen geven geboorte, dus wat is er logischer dan Lucretius zo te vertalen, en te verbeteren, dat hier Venus de plaats heeft ingenomen van de riviergod, beiden niet als schepper, maar wel als mogelijkmaker.

Lucretius, en zijn root-guru Epicurus houden Venus voor de hoogste en eigenlijke godheid. Verderop in het werk van in ieder geval Binder zullen we zien dat hij speelt met de termen religio en superstitio (godsdienst en bijgeloof), om op die plaatsen gelijk maar even Lucretius te verbeteren. Hij vertaalt een aantal malen “religio” met Aberglaube (bijgeloof). In het volgende blogje wordt daar verder op ingegaan.

Op pag. 797 en elders in Montaigne’s Essais zien we dat er in zijn 16de eeuw in Zuid-Europa sprake is van “epicurische scholen” (sectes epicuriennes).
En zoals het werk van Plato de aanleiding is geweest voor een frans neo-platonisme, zo is het mogelijk dat er in Italië en Frankrijk neo-epicurismen zijn ontstaan. Kijken we naar Botticelli’s “geboorte van Venus” en naar zijn nymphen van het voorjaar die dansen ter ere van diezelfde Venus, dan kan de geleerdenwereld mooi zeggen dat Sandro het neo-platonisme vertegenwoordigde, maar het lijkt er op dat een grote Renaissance-familie en opdrachtgever als die van de Medici behoorlijk libertair was en — beïnvloed door een soort neo-epicurisme — Botticelli de gelegenheid heeft gegeven schilderijen te maken die in geen enkele kathedraal opgehangen konden worden.
Een andere renaissance-schilder als Corregio (1489-1534) lijkt in zijn nogal wulpse verbeelding van Leda en de Zwaan eveneens het zintuiglijke van Epicurus te hebben omarmd; en brengt daarmee impliciet tribuut aan de godin Venus.

Hierna meer

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s