Han-tombes in Henan – 3

luoyang

Het is meer dan waarschijnlijk dat Fernand Buckens, nog verblijvend in België een goede kennis had opgedaan van het moderne en het antieke chinees, dat hij de confucianistische geschriften de Liji en de Yi li al in België had bestudeerd, en enige kennis had opgedaan van het religieuze landschap van China aan de hand van de studies van É. Chavannes en anderen.
Het is ook waarschijnlijk dat hij, zoals anderen dat deden en doen, met 20-30 kilo aan wetenschap, kennis en wijsheid (= boeken) naar zijn nieuwe woonplaats Zhengzhou is afgereisd in de wetenschap dat er daar geen boekhandel zou zijn met periodieken waarin over de jongste wetenschappelijke bevindingen
De enig bekende studie die Buckens schreef, op verzoek van de Société d’anthropologie de Bruxelles: “Les antiquités funéraires de Honan”, verschenen in Tome XXXVI van 1921, pp. 59-164. Daarin merkt hij in een naschrift op dat alle observeringen die hij heeft gedaan aan de opgravingen van tombes uit de Han-tijd, en van de voorwerpen die hij daarin aantrof, zijn eigen opvattingen zijn, maar dat hij summier gebruik heeft gemaakt van het werk van een aantal in die jaren actieve wetenschappers die in China had ontmoet en/of wier werk hij had bestudeerd, de genoemde Chavannes, Laufer, De Groot, Wieger, en Couvreur.

Hier was een klein aantal taal- en cultuurwetenschappers, vaak min of meer leeftijdgenoten, die juist in die jaren erg actief waren, en die elkaar moeten hebben gestimuleerd in het doen van verder onderzoek. Achtereenvolgens heeft Buckens het over J.J.M de Groot (1854-1921) die van 1876 tot 1878 in Amoy verbleef, en tussen 1885 en 1890 het noorden van China doorkruiste. De Groot was een sinoloog die een leerstoel in Leiden kreeg. Er was Frank Herring Chalfont (1862-1914) uit Surrey die als eerste, of als een van de eersten de zes antieke schrijfwijzen van China bestudeerde (Early Chinese witings, 1906). Er was de jezuiet en lexicograaf-sinoloog Seraphin Couvreur (1835-1919), overleden in de Hebei-provincie. Er was het talenwonder Berthold Laufer, afkomstig uit Duitsland, maar in de VS werkend voor de Carnegie-stichting die drie keer in China (en Tibet) is geweest — 1901-1904, 1908-1910, en 1923. Daarvoor was sinoloog Édouard Chavannes (1865-1918) al in China geweest, van 1889 tot 1893. Chavannes’ werkterrein lijkt zich niet veel verder dan tot Beijng (Peking) te hebben uitgestrekt. Ook maakt Buckens melding van de Japan-kenner W.J. Aston (1841-1911) die tussen 1885 en 1889 in Britse overheidsdienst in Japan en Korea was gestationeerd. En als laatste is er sprake van Leon Wieger (Straatsburg 1856- Xian 1933), evenals Couvreur jezuiet en sinoloog, en evenals Buckens arts. Wieger heeft zich over het daoïsme en het boeddhisme gebogen.

morgen verder

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s