Pessimisme en optimisme

De filosoof Nicolas Malebranche (1638-1715) wordt onderandere levend gehouden door het gezegde dat “we alle dingen in god zien”. Baruch (Benedict, zegt de kerk) Spinoza (1632 – 1677) daarentegen, schijnt een soort tegengestelde opinie te hebben gehad: “god in alle dingen”.

Noch over de godsopvatting van Malebranche, noch over die van Spinoza gaan we ons als boeddhisten druk maken. Het bestaan van een schepper en onderhouder van de wereld, in de brahmaans-hinduïstische zin van het woord — want noch het joodse geloof, noch dat van de christenen was bekend in het noord-India van de 6de-5de eeuw vC — wees Boeddha pertinent van de hand.

Dat wil niet zeggen dat bepaalde aspecten uit het denken van Malebranche, Spinoza, en, zoals we morgen zullen zien de Montaigne, nu zo dwars staan op Boeddha’s leer.

Wanneer Malebranche in zijn “Zoektocht naar de waarheid” (Recherche de la vérité) zegt, “Maar wanneer we er van uit zouden gaan dat de mens absoluut meester is over zijn geest en zijn ideeën, dan is hij naar zijn aard nog steeds onderhevig aan vergissingen maken”, dan zouden we kunnen zeggen dat hij het eens was met Sakya-muni (spreek: saakja-moenie; ook bekend als Gótama of Gáutama) Boeddha die meent dat de mens alle karaktertrekken, eigenschappen, deugden en ondeugden in principe in zich meedraagt.
Maar wanneer Boeddha vervolgens stelt dat de mens ook in staat is tot het maken van de juiste keuzes door de ware aard van bijvoorbeeld domheid en wijsheid te doorzien om zo tot een wijsheid te komen die boven het gewone denken uitstijgt, dan zou Malebranche hem, zou er ooit een ontmoeting mogelijk zijn geweest, tegenspreken. Want in de “Zoektocht naar de waarheid”-passage gebruikt deze 17de-18de-eeuwse filosoof die voor zijn volk zo bekende gallische humor wanneer hij zegt dat, “ze [de mens] zich liever onderwerpen aan de dwaling (l’erreur) dan dat ze zich onderwerpen aan de regel [de ‘natuurwet’] van de waarheid: [want] ze willen een beslissing kunnen nemen zonder moeite te doen, en zonder nader onderzoek … en zo vormen ze zich al te vaak een nogal twijfelachtig oordeel.”

Malebranche was dan ook een van die filosofen die meende dat de mens zich voor het juiste oordeel beter kon onderwerpen aan de almachtige wijsheid van god. Boeddha kende het brahmaanse, pré-hinduïstische Al zelfs geen onderscheidingsvermogen toe; zover kwam hij niet: geen schepper, dus ook geen bovenwereldse denker-beslisser.
Met zijn wetenschap dat de mens geen kracht buiten zich nodig heeft om tot ultieme wijsheid te komen was Boeddha een aarts-optimist, en waren Malebranche en vrienden een stelletje aarts-pessimisten — en dat terwijl de oer-pessimistische Romantiek nog moest komen, pas tegen het eind van de 18de eeuw.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s