Beschaving moet je leren

Het was de westeuropese tv niet die op de namiddag van 20 oktober de beelden en geluiden uitzond van de moord op een 13-jarige Palestijnse jongen die op Hebron stenen naar Israelische soldaten had gegooid. Hele vent; zou de vijand wel eens even. Maar op het moment dat hij in het hoofd werd geraakt klonk de gil van een kind die het nog niet zonder de leiding van een vader en een moeder kon stellen, een kind dat in een beschavingsvacuum opgroeide.
Daar vreesde de Syriër in een van de kampen “in de regio” voor: hier leren onze kinderen geen cultuur, geen beschaving, zei hij, en wist wat dat betekende. De staatssecretaris en Jeroen Pauw mogen tijdens de late night-show van, naar ik meen, 19 oktober dan leuk cynisch zitten wezen over “ze” die zomaar hierheen komen, maar wees ervan verzekerd dat uw kort houden opnieuw jihadistjes en dergelijke oplevert. We oogsten wat we zaaien; Boeddha had het kunnen zeggen. Dat deed hij dan ook.
En intussen hebben we een nieuwe stok gevonden om de hond te slaan: kindbruiden. Zie je wel, zo zijn ze!

Met uitzondering van de Hongaren in 1965 heeft de polder altijd al op zijn achterste benen gestaan bij de komst van migranten, terugkeerders en vluchtelingen. Tijdens mijn leven hebben we de Indonesische Nederlanders en Molukkers zien komen, de Surinamers en daarna de Antillianen, de Chilenen, de Hongaren, de Vietnamezen, de Noordafrikanen, en de gastarbeiders uit Spanje en Portugal — de laatste twee groepen zouden vast en zeker met elkaar op de vuist gaan, dat wisten ‘we’ vantevoren al heel zeker.

De Chilenen en de Hongaren waren zeer welkom. In het geval van de Chilenen maakte de linkse beweging zich druk vanwege de moord op Allende en het generaals-regime, wat betreft de Hongaren was de communistenhaat door zwaar ideologisch geïmpregneerde media zodanig opgeklopt dat we de slachtoffers ervan met open armen wilden ontvangen. Ze waren ook bijna net als wij, ook blank, en ook christelijk, dus dat kwam wel goed.
En net zoals vandaag de vluchtelingen uit het Nabije Oosten in bussen over het continent van de ene grens naar de andere worden getransporteerd, zo ook werden de Hongaarse vluchtelingen langs verschillende dorpen en steden gereden waar ze per groepje werden uitgeladen om een tijdje bij particulieren in te wonen — het was de tijd van de woningnood. Geen woningnood is van voor de oorlog.

Die ene avond stond dan ook een groep burgers op het dorpsplein te wachten op de bus met zielepieten. Er was vrolijkheid: tegen de communisten kon een lange neus getrokken worden, met het opnemen van vluchtelingen zou het dorp in de annalen terecht komen, en de verschillende particulieren verheugden zich al op dit verzetje, zouden ze wel boterhammen met kaas lusten.
Toen de bus dan ook niet kwam — zoveel vluchtelingen waren er nu ook weer niet, sloeg de stemming onder het groepje om, een traan werd weggepikt, en er werd gekankerd op Den Haag die het ‘ons’ niet gunde.

Vergelijk dat eens met vandaag. Er is sinds de komst van bovengenoemde groepen, minus die Hongaren en Chilenen, binnen de polder niet werkelijk iets veranderd. Het volk blijft angstig achter de dijk liggen, en duikt weg bij het eerste bericht over vechtpartijtjes in een tentenkamp of verhalen over kindbruiden.
Ik blijf er bij dat Nederland ethnofobisch is, meer dan omringende landen, wellicht met uitzondering van Vlaanderen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s