Alexander Calder

Onderandere de gerestaureerde Black widow van de Amerikaan Alexander Calder, gemaakt in 1948, met een vaste stek in het “Instituto de Arquitetos do Brasil” in São Paulo is sinds 9 november te zien in Londen, in Tate Modern.

sans titre 1964 calder

Tijdens zijn jaren in Parijs, tussen 1926 en 1933, ontmoette deze flierefluiter die niets bijzonder moeilijk vond onderandere Mondriaan en Van Doesburg. Mondriaanser dan Calder’s hier getoonde schilderij “zonder titel” uit 1964, kunnen we ’t waarschijnlijk niet krijgen. Dat wil zeggen dat Calder de herinnering aan het werk van Piet heeft bewaard, of hem wellicht heeft bezocht nadat de laatste zich in New York had gevestigd. Calder overleed in New York, dus zo’n weerzien is helemaal niet uit de lucht gegrepen.

Voor zover mijn herinnering reikt werd nog voordat het Centre Pompidou in 1977 in Parijs helemaal klaar was een tentoonstelling ingericht met Calder’s mobiles, de beweegdingen waar hij nog het meest bekend om is geworden. Grappig genoeg vermeldt het Centre Pompidou op de website wel een overzichtstentoonstelling uit 2009, maar niet die eerste.

Hoe dan ook, dat bezoek aan Calder’s tentoonstelling was best lollig. Men had daar een mevrouw ingehuurd om de mobiles in beweging te houden. Na de opening van de tentoonstelling, waar natuurlijk “iedereen” aanwezig was, werd het een beetje stil in die zaal, en toen dan ook een jonge Holländerin de ruimte betrad schoot een norse madame tevoorschijn en wapperde bij ieder object met een opgevouwen krant om het ding in beweging te krijgen. Die norsheid was niet echt in de geest van de kunstenaar, maar amusant was het wel.

Overigens zou Calder’s bekendheid wel eens dezelfde grond kunnen hebben gehad als die van de uitgeweken Hollanders: als het in den vreemde succes boekt moet ’t wel goed zijn, en ons nationale prestige opkrikken.
Van Gogh, die zo Frans was geworden dat hij met zijn broer Frans sprak en schreef, Van Doesburg (Does voor intimi), en Mondriaan, die er geen van drieën over dachten terug te keren naar het vaderland hadden dat aura van beroemdheid in den vreemde. De onzen hadden toch maar succes in het buitenland. En dan hebben we het nog niet over de eveneens uitgeweken De Kooning en Appel wier werk op veilingen record-opbrengsten opbrengen.

Natuurlijk vinden we Ger van Elk, Rob Scholte, en Herman Brood, om er maar een paar te noemen ook prima, maar ja, ze hebben dat speciale aura uit verre streken niet om zich, ze hebben onze naam niet of nauwelijks in het buitenland gevestigd.

Dergelijk snobisme vanwege het toekijkende publiek is nu eens niet specifiek nederlands. Ook in de boeddhistische wereld zien we dat het zo werkt. De eerste Amerikaanse leerling van Ajahn Cha, een thaise meditatiemeester, kreeg pas erkenning in Engeland, een Engelsman maakt het de laatste jaren pas in Australië, een Australiër “zit” al tientallen jaren in Thailand als een van de bekendere abten — en denkt er niet over naar ’t vaderland terug te keren.
De Tibetanen hebben er een gezegde over: de beste guru woont drie valleien verderop.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s