Marianne North

De Srilankaanse krant de Sunday Times herhaalde op 5 maart een artikel dat al eerder op 28 februari 2016 verscheen. Die herdruk verscheen ter gelegenheid van 8 maart, de internationale vrouwendag. Misschien zouden vrouwen over de hele wereld op die dag dan maar eens een artikel moeten plegen over mannen. Maar goed, dat is een plaagstootje.

We zijn in Nederland en Vlaanderen waarschijnlijk wel bekend met het werk van Judith Leyster (1609-1660) die niet alleen bloemen schilderde, en met Maria Sibylla Merian (1647 – 1717) die vooral bekend werd vanwege haar weergaven van rupsen, vlinders en tropisch fruit, maar niet met Marianne North, de britse botanisch schilder die, naast verblijf in andere streken, ook een paar jaar op Sri Lanka woonde, en die in Kew Gardens in Londen een aparte hal heeft gekregen met honderden van haar werken.

Overigens kennen we Julia Margaret Cameron, die 1876 en 1877 Mariannes gastvrouw was ietsje beter. Dat zou zijn oorzaak kunnen hebben in het nog niet zo lang geleden gebouwde museum voor de fotografie in Amsterdam: oude dozen gaan open, en wat er in zit wordt beschreven en online gezet.

De Sunday Times citeert Dorothy Middleton die in haar “Victorian Lady Travellers” (London, 1965) een opvallende opmerking maakt: “Vanaf ongeveer 1870 ondernamen meer vrouwen dan ooit te voren, of misschien wel voor het eerst, reizen naar verre en onontwikkelde (savage) landen. Ze reisden alleen, en om een aantal redenen waren ze doorgaans van middelbare leeftijd en hadden vaak een slechte gezondheid. Hun morele en intellectuele niveau waren fenomenaal, en ze lieten een formidabele reeks aan reisboeken na. Bijna altijd reisden ze alleen, openden geen voorheen onbekende gebieden, en zetten geen trends.”

Gaan reizen moet in die tijd een oplossing zijn geweest voor vrouwen uit de midden-, of lagere bovenklasse. De tijd waarin ze carrière konden maken in de wetenschap, de economie of de politiek moest nog komen, of stond te beginnen. Een mogelijkheid was om hoedenmodiste of couturière te worden, maar dat werd toch gezien als afdalen naar een lagere stand.

En ook dat alleen reizen intrigeerde Dorothy kennelijk nogal. Dat is vreemd want mannelijke reizigers-avonturiers gingen ook alleen op stap, weliswaar met een groter gezelschap aan dragers en bedienden om zich heen dan de vrouwen — op de dames Tinne na, maar als witneus waren ze alleen, en vaak ook onplezierig in de omgang, maar dat is een ander thema.
Alleen-reizende vrouwen zullen echter wel “trail-blazers” zijn geweest voor de emancipatie-beweging: als zij alleen kan reizen, moet de gedachte zijn geweest, dan kan ik toch tenminste zelfstandig mijn brood verdienen, een hogere opleiding volgen etc. — de glijdende schaal waar het behoudende christendom, islam en het confucianisme het over hebben.

talipot

Marianne North (1830 – 1890) vergezelde vanaf 1855, na de dood van haar moeder, haar vader naar Turkije, Syrië, en Egypte. Na zijn dood in 1869 zette ze het reizen alleen voort, en bezocht de Verenigde Staten, Canada, Jamaica, Japan en Indonesië. In 1877 landde ze op de kusten van Ceylon (Sri Lanka), zegt de krant, maar dat kan niet, want in 1876 voegde ze zich al bij Julia Margaret Cameron. Daar, in Galle, Colombo, Kalutara, Kandy en Peradeniya schilderde ze de flora van het eiland. Tussen januari en november 1877 was Marianne North even terug in Londen (om schilderijen op te slaan?), maar voer al snel weer naar Ceylon.
In juni 1882 vertrok ze naar Zuid-Afrika, voer nog wat rond, ordende haar schilderwerk voor de permanente tentoonstelling in Kew Gardens, vertrok weer, en overleed op 30 augustus 1890 in Chili.

Ze liet vier boeken over botanie na, althans vier boeken die nu nog op de markt zijn: “Vision of Eden: The Life and Work of Marianne North”, in 2000 uitgegeven met twee voorwoorden, een van Anthony Huxley, en een van J. P. M. Brenam.
Dan is er Michelle Payne’s “Marianne North, A Very Intrepid Painter”.
Verder heeft Kew Gardens zelf “Marianne North at Kew Gardens” uitgegeven, en van haar eigen hand verscheen “Abundant Beauty: The Adventurous Travels of Marianne North, Botanical Artist”.

De afbeelding bij deze blog is die van een “talipot palm” die Marianne in Peradeniya schilderde. Linda Nochlin, in haar “The Imaginary Orient” (New York, 1983)  zou hierover opmerken dat deze afbeelding van door britse kolonialen vormgegeven tuin met zijn ijzeren en stenen hek er omheen, en met de lokale bevolking in de voorgrond  die niet gekleed is zoals men dat in Engeland gewoonlijk ziet, een “toeristische visie [is] in oriëntaliserende kunst[die de toeschouwer]  effectief de mogelijkheid ontzegt tot gedeelde menselijke ondervindingen”.Of met andere woorden: door het waargenomene zo te framen dat het pittoresk en daarmee “toch zo anders dan wij” wordt, onhoudt de kunstenaar, bewust of onbewust, de toeschouwer de mogelijkheid zich te identificeren met het waargenomene.

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s