Hemel en hel in San Antonio

amidatriade

Een betere illustratie van het westerse denken in tegengestelden — goed vs slecht — had het San Antonio Museum of Art in de VS niet kunnen geven. Op 16 juni 2017 opende een tentoonstelling onder de titel “Heaven and Hell: Salvation and Retribution in Pure Land Buddhism“. Het museum had zich voorgesteld het mahāyanistisch-boeddhistische concept van “Pure Land” te illustreren, een van de belangrijke stromingen van het boeddhisme in Japan.
Ter illustratie werd de hier getoonde triade online gebracht van een Amitābha Boeddha (Amidá in het japans) met flankerende beelden van de twee bodhisattvas Kannon (Ava-loki-teesh-vara in het hybride Sanskriet) en Seishi (Mahā-stháma-prápta eveneens in het hybride Sanskriet).

Het “Pure Land” is dan in de ogen van de tentoonstellingmakers in San Antonio een “hemel”, en waar er een hemel is, daar móet dús ook een hel zijn — het dualisme volgens de oude Grieken, de bijbel en de koran.

Pure Land is een vertaling van het hybride Sanskriet-woord “soekháá-vati” (géén klemtoon op –va), en “hel” is in principe een vertaling van de verzamelnaam, eveneens in het hybride Sanskriet, dóer-gati (ook op –ga géén klemtoon).
Soekháá-vati (officieel Sukhavati) valt in twee delen uiteen: sukha– staat voor geluk of gelukzaligheid, en –vati staat voor een bestaanssfeer: plek van opperst geluk. Geabstraheerd kunnen we het voorstellen als de staat van geest na het behalen van (een vorm van) verlichting.

Dóer-gati (officieel Durgati) valt ook in twee delen uiteen: dur– (afgeleid van duh, ongeluk, lijden, staat voor onfortuinlijk, en –gati betekent hetzelfde als –vati, dus: onfortuinlijke bestaanssfeer.

De beide leerredes (sūtra) over Amitābha Boeddha hebben het uitgebreid over Sukhavati, maar niet over Durgati. Het oude boeddhisme en enkele overige nieuwere boeddhistische stromingen spreken wel over Durgati, en dan over een soort ongelukkig tussenbestaan waar de mens (na de dood) terecht komt die ’t verknoeid heeft, een staat waarin hij er, zeg maar, nog eens over na kan denken, en goede voornemens kan formuleren, om daarna weer door te stomen naar een betere zijnstoestand.

We kunnen zeggen dat dit alles — van het mensenleven naar Durgati naar Sukhavati — zich in dit ene leven van ons kan voordoen: we begonnen zo goed, als babytje, sloegen daarna hier of daar misschien de plank goed mis, gingen een beetje zitten miezemuizen, en kwamen er daarna weer bovenop. Zo moeten we hemel en hel in het boeddhisme zien, met uitzondering van het Pure Land (Reine Land) boeddhisme waar die helse toestand helemaal ongewenst en overbodig wordt geacht. Ze wijzen dit concept van Durgati ferm van de hand.  “San Antonio” heeft de Reine Landboeddhisten uit de buurt dus geen dienst bewezen met hun lollige titel over de hemel en de hel.
Boeddhisten zijn dan ook niet of nauwelijks bereid te gaan kijken naar tentoonstellingen over boeddhistische kunst, ten eerste niet omdat we het niet zo nodig vinden dat datgene waarvoor we opperst respect hebben wordt geprofaniseerd, of wanneer kapotte beelden juist mooi gevonden worden omdát ze kapot zijn, en ten tweede niet omdat we telkens weer in de stress schieten wanneer een of andere lolbroek zelf iets boeddhistisch’ gaat zitten bedenken.

Kim Hong-do

In een artikel over een tentoonstelling in het Dongdaemun Design Plaza in Seoul deed de koreaanse krant JoongAng Daily van 8 augustus verslag van een tweetal schilders van wie werk te zien is tijdens deze door de Seoul Design Foundation georganiseerde opstelling.
An Gyeon, actief tussen ongeveer 1440 en 1470, was een van de landschapschilders in de absoluut traditionele stijl.
kim hong-do yeombulseoseung

De andere kunstenaar van wie de JoongAng twee werken toonde, Kim Hong-do, die leefde tussen 1745 en 1806 schilderde vanuit zijn boeddhistische gemoed. Beslist ontroerend is zijn schildering op textiel, de Yeom-bul-seo-seung, De Oude monnik die de Naam van Boeddha reciteert. Kijk naar dat nekkie, dat is toch absoluut treffend weergegeven!

Eigenlijk mogen we niet “nekkie” zeggen. Hong-do plaatst de monnik op een wolk, waarmee hij maar wil aangeven dat deze tijdens dit leven al een fors eind op weg is om na zijn dood in Amitabha Boeddha’s Gelukzalige Land aan te komen teneinde daar, met Boeddha als directe leraar, supersnel door te stoten naar volledige verlichting.

Shink-wangsa

Omdat Kim Hong-do’s werk in de aandacht van kunstkenners blijft, is er in 2018 onderzoek gedaan naar de prent van een tempel waarvan het poortgebouw op palen boven een heel nauw dal is gebouwd, en het hoofdgebouw zo’n beetje tegen de bergwand aankleeft. De afbeelding toont een monnik met wandelstok (links) die zich door de in Korea zo geliefde en vereerde bergen op weg begeeft naar deze tempel. De Donga Ilbo (ilbo = krant) publiceerde op 19 september 2018 een artikel waarin we lezen dat wat Kim Hong-do (Kim = de achternaam; Hong-do de voornaam) de “Sansaguiseungdo” noemde, de Shink-wangsa is, een kleine tempel in de Hwang-hae-provincie.
Kort daarna werd het werk geveild. Van wie het werk was, werd niet bekend gemaakt.