Hokusai-museum

hokusai-museum

Het ontwerp van het Sumida Hokusai Museum in Tokyo, schrijft John L. Tran voor The Japan Times van 6 december, lijkt recht uit de jaren 1990 te komen. Veel en veel glimmender dan het Guggenheim in Bilbao, en naar vorm net zo extreem als de ontwerpen van wijlen Zaha Hadid, maar dan met scherpe hoeken, waar je bij Zaha niet mee aan hoefde te komen, is er een eerste tentoonstelling georganiseerd die op 15 januari 2017 alweer sluit. Tegen die tijd hebben de bezoekers aan “The Return of Hokusai” onderandere kunnen kijken naar een 7 meter lange rolschildering genaamd “landschapschildering van het land ter weerszijden van de Sumida-rivier”. Een ander krantenartikel laat zien wat er bedoeld wordt met die zeven meter lange rolschildering van Hokusai. Mari Hiratsuka, de schrijver van het Timeout-artikel toont daarin wel het resultaat van architect Kazuyo Sejima, maar is zo gefocust op wat er in het gebouw allemaal plaatsvindt, dat ze aan een beoordeling eigenlijk niet is toegekomen.

Peach-blossom spring

In de zaal, tijdens een veiling bij Sotheby’s in Hong Kong, kon een van de aanwezigen het niet laten een “this is crazy” te laten horen toen de hamer viel bij $30.960.000 voor “Peach-blossom Spring”, een rolschildering van de hand van Zhang Daqian (Chang Dai-chien 1899-1983). Het werk werd aangekocht door het Long Museum in Shanghai.

peachblossomspring

Reed heeft een afbeelding van het werk op de website, en heeft een vertaling van de tekst die rechtsonder staat. Daarin zegt de kunstenaar, in het laatste jaar van zijn leven:
I planted plums and built my house
beside the Twin Rivers;
As my years decline I always dread
the noise of public markets.
Whoever believes this is the place
that Achao once had reached,
Wrongly ways there is in the world
a Peach Blossom Spring.

Wie de Achao is in deze regels is niet helemaal duidelijk, maar het zou de hoofdrol kunnen zijn geweest in een Cantonese toneelproductie die in 1958 op de planken werd gezet onder de titel “Ah Chiu Is Getting Married / Achao Jiehun”. Op Taiwan, waar Zhang Daqian zich in 1978 uiteindelijk vestigde, is er, gezien de video die ervan online staat, een film van gemaakt.

Morning Sun geeft een biografie van de schilder. Bij een mislukte poging tot monnikschap gaf de abt hem de dharma-naam Dai-Chien, vandaag geschreven als Daqian. De naam verwijst naar de ongelimiteerde Mind, of staat van geest, en wordt beschreven met “de drieduizend keer oneindigheid” (three thousand times infinity).

zhang daqian

Het huis met tuin — “mansion” wordt het genoemd — dat Zhang in Taiwan bouwde noemde hij indachtig zijn boeddhistische begin en levenshouding “de Verblijfplaats van Illusie”. Daar overleed hij in het jaar dat “Peach-blossom Spring” gereed kwam, een met durf en gemak (zhì zai 21 maart 2016) geschilderd werk; wie kon Zhang nog wat maken, zo vlak voor het eind! Hij moet zich vrij gevoeld hebben om de perzikbloesem af te beelden onder een overdonderend blauwe wolkenmassa in een landschap met van die bergen die zo duidelijk naar oud model zijn vormgegeven.

National Museum of Korea

Het National Museum of Korea gaat met ingang van dit jaar een bijzondere tentoonstelling inrichten met stukken die met behulp van de nieuwste restauratie-methoden zijn opgeknapt.
De Korea Times van 8 februari meldde dat ter gelegenheid van Boeddhadag op 14 mei 2016 voor 26 weken de rolschildering “Hanging Painting of Bukjangsa Temple” getoond zal worden. Het werd in 1688 geschilderd op een ondergrond van hennep.

bukjangsa

Jaehyuk Art beschrijft de schildertechniek en de gebruikte kleuren een beetje, niet de content. Op dat blog wordt opgemerkt dat de boeddhistische schilders “rode en groene pigmenten” gebruikten voor de afbeelding van Boeddha’s bovenkleding en de halos rond zijn hoofd.

Dat rood gebruikt werd voor Boeddha’s kleding — en overigens ook voor die van seniores in het monnikschap — is in Oost-Azië min of meer vanzelfsprekend, het is na de eerste periode waarin met boombast geverfde stukken oranje opdroogden de gebruikelijke kleur geworden, althans voor seniores, althans bij bijzondere gelegenheden. Het gebruik van de kleur groen is dan weer minder vanzelfsprekend. Dat moet een oplossing zijn geweest voor de vervanging van bijvoorbeeld donkerblauw. Vergelijk het met Van Gogh’s slaapkamermuur die lila was, maar naar blauw is vervaagd.

Wat content betreft stelt de schildering Sakyamuni (Gáutama, Gótama) Boeddha voor. Aan zijn voeten zitten de twee monniken die hem zeer na stonden, en die door het zen, overigens zonder daar bewijzen voor aan te dragen, de aartsvaders van hun meditatiepraktijk genoemd worden. Links zien we Ānanda (de jongere), en rechts Kásyapa of Kássapa (de oudere).

Dan wordt hij geflankeerd door twee bodhisattvas (verlichtte of verlichtende wezens) — hetgeen ons eveneens vertelt dat we hier met de mahāyana-invulling van het boeddhisme te maken hebben. Links zien we een figuur die een lotus vasthoudt. Dat is Samantabhádra die samen met zijn broeder Manjushri de belangrijkste bodhisattvas zijn uit het Hwa’om-boeddhisme, de leer die gebaseerd is op de Avatámsaka soetra.

De Avatámsaka-lijn legt er de nadruk op dat het hele universum gevuld is met (afschaduwingen van) boeddas die ieder voor zich precies hetzelfde verkondigen, in hun eigen “boeddhaland”, in hun eigen streektaal, met de beeldtaal die daarbij hoort.

Helemaal rechts- en links bovenaan zien we dan nog twee figuurtjes, en het zou zomaar kunnen dat dit het echtpaar is dat opdrachtgever is geweest voor het vervaardigen van deze rolschildering.