Tiffany Singh

In een artikel in Otago Daily werd het werk van Tiffany Singh besproken, een kunstenares die heel veel doet met van plafond tot vloer hangende gekleurde stroken textiel. Het werk dat de Otago Daily toont heet “Om Mani Padme Hum”, de Himalaya-boeddhistische ode aan Avalokiteshvara: O, juweel in de lotus. De verklaring bij dit werk en de indruk die het achter zou moeten laten gaat over spectraal licht, hoe kleur wit kan worden, en hoe Tiffany dat ziet als een verbeelding van “reine verlichting” (pure enlightenment).

knock-on-the-sky-listen-to-the-sound

In 2012 had ze eveneens een linten-installatie, deze keer met er aan vastgebonden klankstaven. De in Sydney getoonde installatie had de titel “Knock on the sky – Listen to the sound”. Dat is een titel waar een doorgewinterde zenmeester wel wat mee kan. Zie de foto.

Tiffany Singh blijft graag bij het thema boeddhisme en heeft dan ook een tentoonstelling, “Mahā-bhutā”, gehad in de Foguangshan-tempel in Australië.

Musang

musang

In juni 2010 schreef Choe Chong-dae een artikel naar aanleiding van het boek “The Critical Biography of Musang Jeongjung, a new Zen (or Chan) sect of the Purified Masses“. Het zou de eerste kritische studie zijn geweest van het leven van Kim Hwa-sang (684-762) die na zijn intrede als zen-monnik in de koreaanse schrijfwijze de naam Moesang kreeg: “geen vorm”, “vormloos”. In het chinees heeft men het dan eerder over hsu k’ung (Wade-Giles transliteratie).

Of Musang inderdaad de achtste opvolger was van Bodhidharma — van Zuid-India terug naar Sichuan, China, in acht generaties? ’t kan — is uit een stuk geschiedschrijving van het ch’an (zen) gehaald die tot begin twintigste eeuw in de befaamde bibliotheekgrot te Mogao opgeslagen lag.

Op de afbeelding zien we Musang na zijn verlicht geraken. Ook anderen zeggen dat je boven de boomgrens een heel licht bewustzijn krijgt. Persoonlijk hield deze laaglander er hoofdpijn aan over, maar ’t kan, waarom niet.

Het leven van zo’n monnik wordt gemakkelijk geïdealiseerd, maar Musang moet een van diegenen zijn geweest die boven op zijn berg niet of slecht ondersteund werd(1): hij vulde zijn maag met boomschors en gras. Dat hij toch nog zo oud werd had hij waarschijnlijk te danken aan zijn vroege jeugd waarin hij als prinsenzoon in Korea uitstekend gevoed moet zijn geweest.

Nu zien we hoe Musang met een schedel in zijn hand dolblij met zijn bundeltje kleren in de andere hand de berg afholt om zijn weten over te dragen aan wie het horen wil — hij had de dood in de ogen gekeken en het overleefd. Beneden aan de berg werd hij beroemd, maar bleef een mysterieuze onbekende. Musang ging niet terug naar Korea, maar bleef in China waar zijn crematie-as werd gebruikt om een beeltenis van hem te maken.

In die geschiedschrijving die in de Mogao-grot werd aangetroffen, wordt de vraag gesteld of de kleding en de aalmoezenkom van Musang aan zijn opvolger werd doorgegeven of niet. Daar twijfelde de schrijver aan. Zo’n transmissie is een bewijs van officiële erkenning van de opvolger.

(1) Tijdens de eerste Jin-dynastie in China (266-420) werd de omgeving van Pyongyang gezien als een verbanningsoord. (“Righteous Rhethoric”, D. Declercq, Leiden 1993, p.183)

Licht en glazen vissen

Art Net kondigde vandaag aan de komende tijd te gaan besteden aan een aantal aziatische kunstenaars. Ze voegden meteen het woord bij de daad door een led-verlichte boom midden in het bos te tonen, van Lee Jeong-lok.

lee-jeong-lok-light-painting-designboom-17
Een beetje verder zoekend naar het werk van Lee Jeong-lok kom je deze schitterend verlichte koreaanse pagoda tegen. Designboom weet zijn spelen met licht beter te verklaren dan ondergetekende.
Een van de bijkomende voordelen van deze verlichting vanaf de grond is dat we hier eigenlijk voor het eerst zien hoe de segmenten van de pagoda met eenvoudige geometrische motieven zijn gedecoreerd. Dat zie je bij gewoon daglicht niet of nauwelijks.

philippe parenno

Een of twee dagen eerder zweefden deze Murano-glazen vissen van Philippe Parenno over het scherm. Het is heel mooi, heel tot nadenken stemmend, deze vissen op het droge. Tegelijk besef je dat er bijna geen werk meer wordt gemaakt dat wat afmetingen betreft in een gewoon rijtjeshuis zou passen, daarvoor is de hele zaak ook te duur geworden. Dat is jammer, temeer omdat de geïllustreerde kalenders waar de 50er/60er jaren-burger zijn kennis van kunst en cultuur vanaf haalde er ook bijna niet meer zijn. Tachtig procent van Nederland heeft een internet-aansluiting, maar hoeveel zullen de apparatuur gebruiken om op zoek te gaan naar led-verlichte pagodas of glazen vissen?