Te Veere

Te Veere stond een gure wind, gisteren. Er te komen met openbaar vervoer is bovendien een zaak van gesubsidieerd vrijwilligerswerk geworden, met 8-persoonsbusjes die de komende zomermaanden wel eens voor een capaciteitsprobleem kunnen gaan zorgen. Maar dat terzijde.

De zaterdag er voor was het Museum De Schotse Huizen heropend met een extra verdieping waar de geschiedenis van de Schotten in Veere aanschouwelijk wordt gemaakt.
Dat smaakt naar meer. Men zou eens kunnen gaan grasduinen in het depôt van het Scheepvaartmuseum; is er nog ergens een kenmerkend onderdeel van een hoogaars te vinden? Met welke schepen voeren die Schotten de wol — ruwe grondstof — naar Edinburgh? Is er werkelijk niets tastbaars te vinden dat het leven van de doodarme bevolking uit vervlogen eeuwen in beeld brengt? Hoe woonden die rijke wolhandelaren die hun fraaie panden langs de Kaai en het pleintje hadden geschaard?

Voor het overige heeft De Schotse Huizen de werken van de te Middelburg en Veere hooggeachte Vaarzon Morelletjes en nog een paar schilders die het land, het water en het dorp, maar zelden de mensen in beeld brachten. Dat niet vervaardigen van portretten zou diepe gronden kunnen hebben. Hadden de Veerenaren wel wat anders aan hun hoofd dan poseren? Was de kloof tussen de standen te groot? Waren de schilders al te afhankelijk van de productie van verkoopbaar werk — als je ze niet gekend hebt hang je niet zo gemakkelijk de portretten van Jaantje en Arjaantje aan de muur.

Dat Veere onder de invloed van het ultra-iconoclastische, bar sobere geloof der Schotten moet zijn geweest maken we onderandere op uit het boek “Kasteel Keukenhof: uit porseleinkamer en boekentoren”.
Daar wordt gesproken over de drie Veerse studenten te Leiden: Pieter Boddaert, Pieter de la Rue en Johan Steengracht. De laatste, zegt het boek, was de broer van de “Raad en Pensionaris” van Veere. Johan en zijn twee vrienden maakten in hun studententijd wel eens een gedichtje, maar veel lol trapten de in zwart laken uitgedoste toekomstige leiders van de natie niet, leven was lijden, nietwaar, en gematigdheid en ernst waren de rigeur.
Er is één uitzondering op die ernstige regel, zo gaat het boek verder. In “Dichtlievende Tidkortingen” maakten de drie een (1!) “snaaks rijm”. Het is online te vinden:

‘T was alles in mijn huis, vernoegd en heel verheugd;
‘k Zat in mijn boekvertrek, de woonplaats myner vreugd,
Onkundig van het quad, hetgeen mij stond te naken,
En door een overmaat van druk het hart zou raken.
Wat wreev’lig lot quam toen mijn huis besprongen!
O, onverwachte dood! wijl een verraer dorst dringen
Tot in mijn kamer ….
In het kort, ik laat u weeten,
dat onze buurmans kat,
mijn vink heeft dood gebeeten!

Waarom hadden de Steenkampjes gewone huis-tuin-en-keukenvinkjes in een kooi, en waarom hielden Fabritius en mijn grootvader puttertjes, en geen kanariepietjes? Even opzoeken. Omdat het handeltje in deze zuideuropese schetteraartjes (Serinus serinus) nog niet op gang was gekomen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s